Zeven april wordt acht april en we liggen nog steeds in de baai achter ons anker. En dat is maar goed ook. De hele dag regent het pijpenstelen. Dit was zowel qua wind en regen geen goede dag om over te steken. We halen elk nieuw weerbericht dat beschikbaar komt binnen op de radio en bestuderen nauwgezet de wijzigingen in het weer. Negen april blijft stabiel in de voorspelling en wordt onze dag om Golfo de Penas over te steken. We besluiten om vroeg weg te gaan. We willen maximaal profiteren van de stroming naar buiten en hebben nog ongeveer 10 mijlen af te leggen naar de ankerplek bij de ingang van Golfo de Penas, waar de meeste andere boten liggen te wachten voor de oversteek. Maar we willen ook niet te vroeg naar buiten, omdat Zuid Westerwind een hoge en vervelende golfslag kan geven. Om half vier gaat de wekker. Al heb ik niet het gevoel echt te hebben geslapen. Elke keer komen toch weer de zenuwen omhoog als we een passage als deze gaan doen. Slaap ik slecht en droom ik de meest bizarre dingen. Vooral over wat er allemaal mis kan gaan. Maar de dag begint helemaal niet verkeerd. Alsof we het hebben afgesproken gaat de regen, die de hele nacht op het dek heeft geroffeld, langzaam over in een gestage miezer. Wat een geluk dat we op het laatste moment hebben besloten toch een uurtje later weg te gaan. Anders waren we al doorweekt geweest voordat we de lijnen binnen hadden gehaald en de baai uit waren gevaren. Door de regen en het dichte wolkendek hebben we alleen geen enkel profijt van de maan en eventuele sterren. Het is gewoon pikkedonker en we zien zo goed als niets. Gelukkig hebben we de lijnen bij aankomst in deze baai al dubbel gelegd. Dat maakt dat we alle lijnen vanaf de boot los kunnen maken en de dinghy aan dek kan blijven. Terwijl we koffie en thee aan het zetten zijn werken we nog snel een bord havermout naar binnen en bestudeerd Jaap nogmaals het weer. Alle navigatie instrumenten staan al aan en in het voorbij lopen van de kaartentafel druk ik ook nog even snel de AIS aan. “Uhh, Jaap? De AIS gaat niet aan.” Toch nog een domper op de vroege morgen, een niet werkende AIS. Die ook niet gelijk werkend is te maken zo vinden we uit. De AIS is belangrijk voor ons. Het apparaat staat in verbinding met veel van onze navigatie instrumenten en voorziet deze van de juiste informatie. Door de AIS zien we bijvoorbeeld onszelf en andere schepen op de kaart. Maar kunnen we ook precies zien hoe hard we varen en we gebruiken de positie bepaling om onze where-abouts door te geven aan de Armada. En dat is nog maar een deel van de lijst. Vooral in het donker varen we graag op de AIS in combinatie met SAS-planet. Zo kunnen we op sattelietbeelden precies zien waar we zijn en hoe we varen. En nu het zó donker is vannacht willen we graag over de route van twee dagen geleden naar buiten varen. Dit om ondieptes te vermijden en niet in de bomen of op de rotsen te eindigen. Maar SAS doet het alleen in combinatie met de AIS en werkt helaas niet op onze GPS muis. Onze andere kaarten dan weer wel, maar die zijn minder nauwkeurig. Uiteindelijk besluiten we toch te gaan zonder werkende AIS. Ik sta voor op de punt met een hoofdlamp op en in elke hand een zaklantaarn. Daarmee beschijn ik voor Jaap de kustlijn, terwijl hij op de kaart probeert zo goed mogelijk naar buiten te varen. En het gaat perfect! Al geloof ik wel dat Jaap de enige was die enig idee had waar we waren. Als je mij achter het roer had gezet waren we waarschijnlijk ergens anders uitgekomen. Het maakt me weer bewust hoe afhankelijk we onszelf maken van de instrumenten die we hebben. Als Jaap de AIS een uurtje later uit elkaar sleutelt blijkt er gewoon een stekkertje te zijn los geschoten. Niet helemaal goed vast geklikt toen we een paar dagen geleden ons externe ankeralarm op de AIS aansloten. Dat viel alles mee. We zijn weer zichtbaar voor de schepen om ons heen en misschien nog wel belangrijker, we kunnen weer op de juiste kaarten varen. En we zien dat Luciparra 2, onze Nederlandse vrienden hetzelfde besluit hebben genomen. Ook zij doorkruisen het kanaal en varen ongeveer een 10 mijl achter ons. Wanneer het heel langzaam wat lichter wordt varen we de vuurtoren van San Pedro voorbij. We zijn in de Golfo. De wind is inmiddels gedraaid en we hebben zeil gezet. De motor gaat uit en we varen rustig naar buiten. “Wil je nog even slapen?” zegt Jaap. Daar ben ik altijd voor in. Dus kruip ik lekker op de bank onder een slaapzak. En ik slaap en lig uren. “Nee hoor” zegt Jaap elke keer dat ik aankondig om op te staan. “Er is buiten niks te doen voor ons tweetjes. Blijf lekker liggen.” Aangezien fruit, boeken en bollen wol af en toe door de kajuit vliegen en we flink weg worden gezet wordt het toch tijd om eens door te vragen. En wat blijkt, we hebben continu tussen de 30 en 40 knopen wind en varen we halve wind met een dubbel gereefd grootzeil en de kleine fok bij. De volledige storm uitrusting en nog steeds gaan we ruim 7 knoop. Flip, de windvaan, stuurt de boot prima, wat maakt dat het inderdaad niet nodig is om met zijn tweeën buiten te staan. Dus ben ik Jaap best dankbaar dat hij deze ondankbare klus op zich neemt. Wanneer we de kust aan de andere kant van de Golfo bereiken neemt de wind langzaam af. Dit eerste deel van deze trip zit erop en we zijn super tevreden. Wat ons op de heenweg ruim anderhalve dag kostte hebben we vandaag binnen 24 uur overbrugd. We mogen niet klagen. Jammer genoeg moet het volgende stuk vannacht wel op de motor.