Als Jaap ‘s avonds naar bed komt fluistert hij: “Ik heb de wekker meegenomen en hij staat op half zes.” Oei, oei, oei, dat is echt super vroeg. Maar aan de andere kant hebben we vandaag een extra rustdagje genomen en besloten niet naar een baai 15 mijl verderop te verhuizen. Voornaamste reden, bijkomen van de afgelopen periode en het internet. En dat laatste is super lekker om te hebben als je besluit om een nog een dag te blijven liggen. De komende periode zijn we namelijk internet loos. Wat trouwens ook heel erg lekker is, even geen externe prikkels.
Als de wekker ’s ochtends gaat is het nog pikkedonker. We kunnen rustig de tijd nemen om op te starten, koffie en thee te zetten en te ontbijten. Terwijl we ondertussen met dat befaamde internet nog een laatste weerbericht binnenhalen. Noord-westerwind, welke in de middag aan zal trekken tot windvlagen van maximaal 30 knoop. Dat is te overzien.
Zodra het een beetje begint te schemeren stap ik in de dinghy. Een zaklamp mee, voor de zekerheid. Het is over het algemeen mijn taak om alle lijnen op de kant los te maken. Jaap doet alle werkzaamheden aan boord. Oftewel alle lijnen binnenhalen en opschieten, plus ervoor zorgen dat onze boot niet de verkeerde kant op gaat. Met de dinghy vaar ik naar de kant. Het valt eigenlijk al best mee met het licht en een zaklamp is niet nodig. Als eerste de voorlijn en één van de achterlijnen los. Daarna weer in de dinghy en naar de andere kant van de baai, waar we nog een lijn hebben staan die ons van de rotsen moet houden. Deze lijn is bijna 200 meter lang. Daarna weer terug naar de andere kant van de baai om de laatste achterlijn los te gooien.
Alleen losknopen is niet voldoende. De knopen waarmee we de verschillende lijnen aan elkaar vast hebben gezet om tot deze afstanden te komen moeten eruit. Deze blijven in het kelp hangen, waardoor ze bijna niet binnen te halen zijn. Met een deel van de lijnen al in de dinghy sleep ik de overige lijnen met de dinghy achter de boot, zodat Jaap ze makkelijker kan oprollen op onze rollen.
Het is altijd weer een mooi stukje ochtend gymnastiek. Stukje op de motor, stukken roeien door het kelp, omhoog en omlaag klauteren naar de bomen waar de lijnen aan vast geknoopt zitten en op de lier de dinghy weer aan boord takelen. Maar vanmorgen is het een heerlijk gebeuren. Het wordt langzaam lichter en lichter, terwijl er aan de overkant van het kanaal een rode gloed ontstaat, die elke minuut spectaculairder wordt. Een rode gloed die langzaam overgaat in een rode bal die omhoog komt. De zon.
Het is bijna windstil en we varen op de motor de baai uit en gaan stuurboord uit Estrecho de Magallanes in, een berucht stukje vaarwater. In de baai naast ons, Puerto del Hambre, hadden de Spanjaarden in de zestiende eeuw een settlement gesticht. Maar de omstandigheden waren zo ruig en landbouw zo moeilijk dat ze bijna allemaal zijn omgekomen van de honger. In 1767 doet de ontdekkingsreiziger Louis Antoine de Bougainville er 52 dagen over om dit deel van dit kanaal van Oost naar West te bezeilen. Waarvan hij de helft van de tijd voor anker lag in een baai om te wachten op goede weersomstandigheden. Wij zijn dus erg blij met het rustige weer wat we hebben.
Aan de overkant van het kanaal zijn de tinten blauwgrijs, met daarbij de mooie oranje gloed van de zon. Aan onze zijde van het kanaal hebben we een prachtig zicht op de bergen en Fort Bulness, wanneer we opeens het geluid van een spuitende walvis horen. We kijken om ons heen en al snel spotten we er meerdere. In totaal wel een stuk of tien, we denken dat het Sei whales zijn. Sommigen dichtbij, sommigen wat verder weg. We zetten de motor uit en zetten zeil. Zonder geluid van de motor is het namelijk nog veel indrukwekkender. We kijken geboeid om ons heen en genieten. Eén walvis komt zo’n 30 tot 40 meter achter de boot omhoog. Dan zie je pas echt hoe indrukwekkend groot ze zijn. Dit was het vroege opstaan meer dan waard.
Met het laatste internet stuur ik nog snel een paar foto’s naar vrienden en familie en doen we een laatste update op facebook. Mijn tante reageert door te vertellen dat het één van haar grootste dromen is om ooit eens een walvis te spotten. Ik stuur haar maar geen berichtje terug dat we op dit moment tussen meerdere walvissen varen. Ik schaam me er bijna een beetje voor. Dit is gewoon te speciaal en specialer dan dat ik me weer eens gerealiseerd heb. Onze eerste dag van onze tocht naar het noorden vanaf Punta Arenas kan al bijna niet meer stuk.
Maar dat soort uitspraken moet je eigenlijk nooit doen. Want hoe rustig het weer ook is. Als we aan het einde van de oostelijke sectie bij Cabo Froward de bocht om komen zet de wind al snel aan. Westerwind in plaats van de voorspelde noord-westerwind. In eerste instantie zeilen we hoog aan de wind met een ruime twintig knopen. Maar al snel loopt de windsnelheid omhoog. We zien de dertig knopen voorbij komen op de meter en al snel ook de vijfendertig. Totdat de windmeter over gaat naar een knoop of zeven. We zijn op het moment gekomen dat de windmeter mij altijd weer in bescherming neemt. Oftewel we zitten ruim boven de veertig knopen wind. En dan stopt de windmeter ermee om de juiste windsterkte door te geven.
De golven zijn inmiddels hoog en stijl. Zeilen heeft geen zin meer. Door wind en stroming worden we te veel de verkeerde kant op gezet. We besluiten de fok weg te trekken en een dubbel rif in het grootzeil te zetten. Maar het waait zo hard dat de smeerreep zich rond de Dirk vast rolt wanneer ik het zeil laat vieren voor het zetten van het rif. Niet handig, want een smeerreep krijg je met deze wind bijna niet meer los. “Alles naar beneden!” roept Jaap vanuit de kuip. Ik kan hem amper verstaan en het duurt even voordat ik in de gaten heb wat hij bedoelt. Zo snel als mogelijk gooi ik het zeil eraf. Voor één van de lazyjacks was dat toch nog te laat. Deze komt van de Dirk los en moeten we morgen repareren voordat we weer op pad gaan.
Op de motor varen we langzaam naar de overkant. Recht op ons doel af is geen optie, omdat we dan alleen maar op dezelfde plek op de golven blijven stuiteren. Maar als het even kan proberen we wat hoogte te pakken. Bijna aan de overkant hebben we geen andere keuze meer. We moeten nog om één landpunt varen om op een beschutte ankerplek te komen. Af en toe komt duiken we zo hard een golf in dat het water daarna horizontaal komt langs stuiven en we even helemaal niets meer zien. Gelukkig ligt alles binnen redelijk zeevast en hebben we op onze rustdag ook alles aan dek goed vast gezet. Maar een pretje is het niet. We moeten ons goed vasthouden en ik zie inmiddels redelijk groen. Precies op tijd duikt Jaap de baai in. Hier hebben de golven zich niet kunnen opbouwen en al snel zwakken ze af en wordt het een vlak vaarwater. En hoewel het nog steeds ontzettend hard waait is dat toch een verademing.
We varen tot helemaal achter in de baai en ankeren in een kleine inham met de naam Caleta Hidden. Een goede naam voor deze beschutte baai. We zetten snel de lijnen naar de kant en duiken naar binnen. We zijn kapot. Maar we nemen ook een besluit. Als de wind echt gaat doen wat de weersvoorspelling voorspelt gaan we 11 maart in de loop van de middag weg en gaan we één of twee nachten doorvaren. We willen eigenlijk zo snel mogelijk de Estrecho de Magallanes achter ons laten. En we zijn er inmiddels ook van overtuigd dat we maximaal moeten profiteren van geen, of zuiderwind.