Een paar dagen hebben we super gezeild. De wind van achteren en heerlijk met zes of zeven knopen vooruit. Eindelijk niet eens motorzeilend, of op de motor, maar zeilend. Toch willen we nu graag een weerbericht ontvangen die de eerdere voorspellingen bevestigen. En dus aangeeft dat de wind naar het zuiden gaat draaien en dat we mooi, stabiel en zonnig weer krijgen.

We liggen namelijk voor de ingang van Seno Iceberg. Het fjord naar onze eerste gletsjer van het zuidelijk halfrond, Glacier Tempano.

En we zijn blij met het weerbericht dat we die avond binnenhalen. De komende dagen wordt het inderdaad een zuiderwind en kunnen we op ons gemak op weg naar de gletsjer en er misschien wel een paar dagen blijven liggen. De volgende morgen gaan we vroeg uit de veren. We hebben er zin in en zijn allebei benieuwd. Zullen de gletsjers hier er hetzelfde uitzien als op Spitsbergen? Kunnen we er komen in de winter? Of ligt er al ijs in Seno Iceberg.

Langzaam varen we het Fjord in. Op de motor helaas, want er is te weinig wind om te zeilen. Je kunt goed zien dat het gesneeuwd heeft en dat naast de toppen van de bergen ook een deel van de bomen bedekt is met een dun laagje sneeuw. Meestal lost deze sneeuw in de loop van de dag weer op. Maar zo vroeg in de ochtend is het altijd weer een bijzonder uitzicht. We komen gelukkig geen ijs tegen in het fjord. Het voordeel misschien ook wel van de noorderwind, die de afgelopen dagen heeft gewaaid. Deze neemt warmere lucht mee. En dan als we de bocht om komen zien we in de verte de gletsjer liggen. Indrukwekkend, ondanks dat we nog zo ver weg zijn.

De ijsschotsen zijn gelukkig een stuk kleiner als in Spitsbergen en deze gletsjer is ook minder groot dan we daar gezien hebben. Maar ondanks dat is het imponerend. Ten noorden van de gletsjer is een baai waar we kunnen ankeren. Het weer lijkt goed en we nemen de gok. Als de wind verder draait is er een kans dat de ijsschotsen de baai in komen drijven. Maar we ankeren voor een waterval en hopen dat de stroming van het water eventueel ijs bij de boot vandaan zal houden. En anders…. anders hebben we gelukkig een stalen boot en hoeven we ons met dit formaat schotsen nog geen ernstige zorgen te maken dat we op sleeptouw genomen worden door een ijsschots. We liggen er prachtig. Aan de ene kant de waterval en aan de andere kant vangen we nog net een glimp op van de gletsjer.

De volgende dag is het weer nog steeds goed en we besluiten een wandeling te maken naar de top van de berg waar we naast liggen. Kijken of we via de andere kant van de berg tot bij de gletsjer kunnen komen. Wandelpaden zijn hier niet, maar er is hier ook weinig woud, waardoor we goed onze weg kunnen zoeken. Nat is het er wel. En ik twijfel nog steeds wat onze beste aankoop moet zijn geweest in Chili. Mijn 2 liter dubbelwandige RVS thermoskan voor thee, of de regenlaarzen. Beiden erg belangrijk in de kou hier. Maar elke wandeling die we hier maken gaan op de regenlaarzen. En niet voor niks. Want regelmatig staan we ruim tot onze enkels in het water.

De weg naar boven blijkt er één van klimmen en klauteren. Langs stroompjes, rotsen, struiken met stekels, varens en veel mos. Maar we vinden onze weg omhoog en uiteindelijk lopen we over de rotsen en door de sneeuw.

En hebben we een prachtig uitzicht over de hele gletsjer. Hij is een stuk groter dan we de dag daarvoor vanaf de boot konden zien. We struinen wat rond, op zoek naar een weg de andere kant op. Maar dat blijkt niet echt een optie. Te stijl en te gevaarlijk. We gaan terug via dezelfde weg als we gekomen zijn.

Dezelfde middag nog zoeken we een ander ankerplekje op in het Fjord. Meer bestand tegen de zuiderwind en helaas zonder uitzicht op de gletsjer. Maar het is een mooie ondiepe baai, waar we veilig liggen voor eventueel ijs. Al twee dagen hebben we een stukje gletsjerijs aan boord liggen, wat nog steeds niet is gesmolten.

Al heb ik het volume wel redelijk gereduceerd door het dek te gaan spoelen met zeewater. Toch is het nog net genoeg voor een Gin-Tonic sun-downer met gletsjerijs. De traktatie aan onszelf op een paar heerlijke dagen.

Zuiderwind betekent kou, en daar komen we die nacht achter. Het vriest dat het kraakt. Ons achterluik is vastgevroren. Van binnen naar buiten is dat geen probleem en kunnen we de deur altijd open krijgen. Maar andersom is het lastiger. Eerst het luik open, dan de deur… Dus moet er een soort karatetrap aan te pas komen om naar het toilet te kunnen. En uiteindelijk naar bed.

De volgende morgen hoor ik vreemde geluiden om de boot. Anders dan normaal. De vorst heeft haar werk goed gedaan en de baai is dichtgevroren. We liggen met de boot in het ijs. Een dag langer blijven liggen is daarmee geen optie meer. Invriezen is toch niet echt de bedoeling. Bedenkelijk kijk ik naar onze achterlijnen. Ik moet straks toch echt met de dinghy naar de kant. Hoe ga ik dat aanpakken? 

“Een beetje heen en weer wiegen” zegt Jaap als ik in de dinghy zit.

“Zorgen dat de punt wat omhoog komt, snel een slag roeien en de punt weer op het ijs laten zakken.” Pffff wat een onderneming. Gelukkig staat de motor ook al een tijdje aan en verandert het ijs achter de boot langzaam weer in water. “Ik ga daar wel langs” zeg ik tegen Jaap. Dat lijkt me een stuk makkelijker. Jaap zet de motor nog even in zijn werk om het water in beweging te zetten en dan ga ik snel naar de kant. Lijnen losknopen en snel weer terug. Voordat de boot misschien het ijs indraait en ik weer loop te prutsen in het ijs.

Langzaam baant de Eastern Stream zich als ijsbreker een weg de baai uit. We komen redelijk wat ijs en ijsschotsen tegen in het fjord en zijn blij met onze keuze weer terug te gaan naar het hoofdkanaal. Terug naar Canal Messier, waar we een paar dagen geleden vertrokken. Op naar Puerto Eden