De laatste mijlen naar Puerto Williams leggen we zeilend af. 20 Knopen halve wind, voor het Beagle kanaal een perfect en vooral rustig windje. Vlak voor Puerto Williams steken we de één mijl lange zandbank over en draaien we de baai in. In de verte zien we de mastjes in de haven al. Op de kade zijn de huizen zichtbaar en aan de verschillende pieren liggen boten van de vissers en de Armada. Vijf maanden hebben we de tijd genomen om van noord naar zuid te varen. En nu zijn we er opeens. Zo voelt het in ieder geval, als opeens.

Vlak voor de haveningang halen we het laatste zeil naar beneden en gaat de motor aan. De haven is het afgezonken marineschip ‘Milcalvi’, waar je je boot tegenaan kunt leggen. Drie rijen boten, zes boten breed aan de ene zijde en nog een paar boten aan de andere kant. Er is nog één plekje aan de buitenkant, waar we aanleggen. We plaatsen een paar extra lijnen naar de rij boten voor en achter ons en een lijn naar de kant. Daarna doeken de zeilen op, doen de huiken eromheen, ruimen alle losse lijnen op en strijken met ons aankomstbiertje neer in de kuip om de omgeving in ons op te nemen.

wandelen in de omgeving

De kinderen van de zeilschool zijn druk in de weer met optimisten. Maar in de haven lijkt niemand aanwezig. We voelen ons een beetje onthand. En realiseren ons ook dat we dit vaker hebben als we ergens aankomen. In je hoofd heb je je een hele voorstelling gemaakt van hoe het zal zijn, maar de werkelijkheid is vaak net anders. Wat dan even schakelen is.

Ik had me voorgesteld aan te komen in een levendige haven, waar de charterboten zich aan het voorbereiden zijn op het seizoen en de eerste wereldzeilers zijn aangekomen. Maar het is nog te vroeg in het seizoen. Zoals gewoonlijk, want ik geloof dat dat wel past bij onze reis:

‘Buiten de seizoenen varen.’ Toch blijken er op een aantal boten mensen aanwezig te zijn en zie je soms opeens een nieuw gezicht.

Na een paar dagen zijn we al meer gewend. Weten we de winkeltjes en restaurantjes in het dorp te vinden en hebben we inmiddels kennis gemaakt met de Fransen en een Amerikaan die hier liggen. We raken wat ingeburgerd. Het is fijn weer eens in een haven te zijn en contact te hebben met andere mensen en onderdeel te zijn van het cruisersleven.

De inwoners van Puerto Williams zijn allervriendelijkst. Mensen groeten je en vinden het leuk een praatje met je te maken. De mensen hier zijn ook zeer pro-Chili. Bij bijna elk huis hangt de Chileense vlag uit. En ook in de bar in het dorp kun je niet om de Chileense driekleur heen. Eerst denk ik nog heel even dat het komt omdat Puerto Williams een groot Armada station heeft en daarmee een marine basis is. Maar dan realiseer ik me dat hier natuurlijk de nodige grensperikelen zijn uitgevochten met de Argentijnen. Het is in ieder geval heel opvallend en anders dan de overige plekken in Chili waar we zijn geweest. Misschien is het toch nog een onderzoekje waard naar de precieze reden.