Het is Valentijnsdag. Niet dat wij ooit aan Valentijnsdag hebben gedaan, maar als je dan toch op zoek bent naar een goede reden om de lamskoteletjes eens uit de vriezer te halen is dit een goed moment. Vooral omdat we in de middle of nowhere voor anker liggen op de Cottica rivier. We zijn net het laatste Marrondorp voorbij gezeild en hebben reuze otters gespot. Wauw wat een prachtige beesten! Op zeil komen we bijna geruisloos voorbij, wat maakt dat we meer dieren te zien krijgen en zelfs een aap hebben gespot. Op de ankerplek is er om ons heen alleen maar water, groen en de geluiden van vogels en andere dieren. We zijn nu weer een paar dagen met zijn tweetjes en komen heerlijk tot rust in deze prikkel loze omgeving. Maar waar zijn we eigenlijk?

Zeven februari zijn we vertrokken van onze ankerplaats in Domburg. Samen met de jachten, Enjoyster en Livinstone, zullen we de Commewijne rivier opvaren door het binnenland van Suriname. Door langs alle oude plantages te varen en het gebied van de Marrons te verkennen hoop ik dat we ons een beeld kunnen vormen van een deel van de geschiedenis van Suriname. Met een waterkaart van de rivieren en een plantagekaart die een beeld geeft van hoe het er hier uit moet hebben gezien rond 1840 gaan we op pad.

We hebben afgesproken dat we de eerste nacht in de Matapica kreek zullen gaan liggen. Een kleine zijtak van de Commewijne rivier bij de nog in werking zijnde staatsplantage Alliance. En dit blijkt niet alleen een hele belevenis, maar ook gelijk het einde van de konvooivaart. De Livingstone moet helaas terugkeren naar Domburg vanwege een zieke hond. De Enjoyster ligt zo steady dat ze nog een nachtje hier blijven liggen en daarna richting Tobago vertrekken en wij….

Wij vonden het ankeren daar toch een belevenis. Ondanks twee ankers en een extra lijn aan een boom is het ons gelukt om in één etmaal twee keer met ons achtersteven in de bush te belanden bij de kentering van het tij. We wisten dat er veel stroming zou zijn in de kreek en hadden ook al van andere boten begrepen dat het lastig is goed te ankeren, maar bij het krieken van de morgen je bed uit moeten, omdat je wakker wordt van krakende en knappende takken, was net iets te veel van het goede. Tijd om een ander plekje te zoeken.

Dus nadat de Livingstone is vertrokken halen wij ook onze ankers binnen en gaan verder stroomopwaarts. De plantages zijn allang niet meer zichtbaar, maar de plantagekaart geeft wel een beeld hoe het er vroeger uit heeft moeten zien. Nu is het vooral een groot woud met aan de randen van het water mangrovebossen. Bij laag water is het prachtig kijken naar alle boomwortels die opeens zichtbaar worden en een meter lager de aarde in gaan. Zo rondkijkend zie en hoor je vooral veel vogels, maar volgens de boekjes moeten er ook apen, (water)slangen, Piranha’s en Kaaimannen zijn. Ik vind, vooral die laatste drie, nog niet zo’n geruststellende gedachte, maar Jaap en onze opstapper Markus springen elke morgen vrolijk de plons in voor een verfrissende duik. Ik douche me aan boord. Wel met rivierwater, maar mij niet gezien dat ik hier ga zwemmen.

Na een prachtige dag varen, waarin we mooie en vooral grote vlinders zien, Ara’s en Gieren, gaan we voor anker bij het eerste eiland op de Cottiga rivier. In het verleden was hier de plantage Mariënburg gevestigd, maar volgens de plantagekaart was deze plantage rond 1840 al verlaten. Er ligt een kreek om de plantage heen, waardoor het een eiland is en één ingang ziet er zeer toegankelijk uit. Met nog een beetje vrees voor de kentering van het tij besluiten we de volgende ochtend de kreek met ons bijbootje te verkennen.

Gelukkig hangen we, zo midden op de rivier, prima aan ons anker en kunnen we de volgende morgen op ontdekkingstocht. Ik merk dat ik dat toch wel spannend vind. In een opblaasbare dinghy tussen de slangen en kaaimannen gaan varen. Ik ben een echte schijterd wat dat betreft en maak de dingen dan ook vaak groter dan ze werkelijk zijn. Het is immers niet zo dat de slangen zich zo maar uit een boom in ons bootje laten vallen. Dus als we wat langer onderweg zijn zie ik dat het allemaal wel meevalt en kan ik ook genieten van al het moois waar we tussendoor varen.

We gaan op de motor een heel stuk de kreek in en laten ons daarna op de stroom en af en toe peddelend weer terugzakken naar de rivier. Om ons heen de beslotenheid van de kreek, de geluiden van de natuur en veel mangrove. Door de beslotenheid toch weer heel anders dan de brede rivier waar we op varen.

Wanneer het tij keert gaan we verder stroomopwaarts in de richting van het Marrondorp Wanhatti. In de tijd van de slavernij zijn er vele slaven gevlucht naar gebieden in het oerwoud. Deze gevluchte slaven worden de Marrons genoemd en hun nakomelingen leven nog altijd op een min of meer traditionele wijze in dorpen langs de rivier. Min of meer, want ook hier heeft de ontwikkeling zijn intrede gedaan, wat maakt dat er bij de grotere dorpen zendmasten zijn geplaatst voor internet en telefoon. Daarnaast zijn een aantal dorpen tegenwoordig ook via de weg bereikbaar en staan er in sommige dorpen meerdere auto’s en bussen geparkeerd. De andere en meer traditionele kant is dat de Marrons leven van hun kostgronden, gebieden langs de rivier die ze kaal kappen en geschikt maken voor landbouw.

 

Onze eerste kennismaking met de Marron dorpelingen is een oudere dame in een houten kano die over de rivier peddelt. Een ontbloot bovenlijf en om de heupen een soort sarong, die hier door dames van alle leeftijden gedragen wordt. Het is een indrukwekkend beeld en prachtig om te zien. Ik verbeeld me dat ze van haar kostgrondje weer op weg is naar het dorp, langzaam peddelend en gebruikmakend van de stroming van de rivier, ons ook onderzoekend gadeslaand.

We bezoeken, op onze weg naar Moengo, zowel Wanhatti en Pikien Santie. Volgens de traditie vragen we in elk dorp aan het dorpshoofd, hier Kapitein genoemd, toestemming om in de rivier te ankeren. Nu er geen bauxietschepen meer varen is dit eigenlijk geen probleem, maar we hebben graag respect voor het dorp, haar bewoners en de cultuur. We worden hartelijk welkom geheten en mogen vrij door de dorpen wandelen. Dat is erg fijn, want op deze manier krijgen we een goed beeld van de manier van leven van de dorpelingen.

Pikien Santie ligt aan de overzijde van de rivier, waar nog geen wegen zijn. Al het vervoer gaat dan ook over water met korjalen en kano’s. Al hebben de meeste kano’s tegenwoordig wel een 15pk buitenboordmoter. Het leven hier speelt zich vooral buiten af. Een aantal vrouwen bakken Cassavebrood op een stalen plaat die boven het vuur hangt. Aan de andere kant van het dorp zitten vrouwen bij elkaar onder een grote boom. De mannen doen verschillende werkzaamheden voor wat betreft het onderhoud van de omgeving en het huis. Maar het dorp is vooral leeg, omdat mensen buiten het dorp op hun kostgronden aan het werk zijn, of vertrokken zijn naar de stad. In Pikien Santie is aan de achterzijde van het dorp een groot gebied ontdaan van bomen en hier verbouwt men onder andere ananassen.

Vooral sommige oudere dames in het dorp lopen nog met een bloot bovenlijf. Op het moment dat wij dan aan komen lopen wordt de sarong snel op een andere en iets meer bedekkende wijze omgeknoopt. Dit soort momenten voel ik me  wel wat te veel en een beetje een indringer in hun leven. Is het oké om zo maar ergens binnen te lopen? Het zijn dit soort vragen die dan af en toe even voorbij komen, maar ik weet ook dat hier meer boten en andere toeristen komen. Dus probeer ik het ook weer van me af te zetten en genieten van dat wat er te zien is.

Moengo is de “grote” stad aan deze kant van het land en voor ons het eindpunt van de reis. Een lage brug verspert ons een verdere doorgang. We ankeren in de zwaaikom, waar vroegen de bauxietschepen draaiden, en varen met de dinghy nog een halve mijl naar het stadje. We mogen in de achtertuin van een huis aan wal komen en de dinghy achterlaten. In Moengo stapt Markus af en verkennen wij het stadje. Ook hier veel Chinese supermarkten en daar in de buurt enkele kraampjes met verse groenten. Wij slaan wat groente en fruit in, zodat we op de terugweg ook weer voorzien zijn van verse producten.

De kinderen van het gezin waar de dinghy ligt vinden onze vouwfietsen reuze interessant. Hoe kan je fietsen op zulke kleine fietsjes die ook nog helemaal uit elkaar kunnen? Ze willen het graag proberen. Dus het zadel omlaag en daar gaan ze om de beurt voor een rondje door de tuin. Hun gezichten stralen en wij stralen mee. De oudste zoon vraagt aan ons of wij de volgende keer als we vanuit Nederland komen voor hem ook zo’n fiets mee willen nemen…

Nadat de kinderen uit gefietst zijn en we de familie hebben bedankt voor hun gastvrijheid varen we terug naar de boot. En hoewel we van al het bezoek de afgelopen maanden hebben genoten, zijn we eindelijk weer eens echt met zijn tweetjes. Heerlijk!

Op weg naar Moengo hebben we een mooi dorp zien liggen aan de Boven Cottica Rivier, Ricanau Mofo. En na een heerlijk relaxochtend varen we de 5 mijl vanaf Moengo en laten daar het anker zakken. Het is in dit gebied het grootste dorp en nadat we een klein rondje door het dorp hebben gewandeld ontmoeten we Karel. Karel, gepensioneerd bij de MAS, werpt zich op als onze gids en vergezeld ons de hele middag en avond door het dorp. Hij brengt ons naar de Kapitein, verzoekt één van de schooljuffen om wat over de school en het onderwijssysteem te vertellen, stelt ons voor aan zijn gezin en heeft mooie verhalen over de geschiedenis en de ontwikkelingen in het dorp en haar omgeving. Maar ook over de binnenlandse oorlog die hier heeft plaatsgevonden. Volgens hem is dit het enige dorp wat niet is aangevallen tijdens deze oorlog, vanwege het feit dat hier Amerikaanse missionarissen woonden.

We genieten van deze gastvrijheid en het contact. Zijn verhalen en het leven in het dorp. In aanvulling op dat wat we allemaal al eerder hebben gezien geeft mij ook het beeld waar ik naar op zoek was. Een beeld van het leven en de geschiedenis in dit deel van Suriname. Deze ervaring maakt deze trip echt geslaagd.

Langzaam en rustig zijn we de rivier afgezakt en inmiddels liggen we weer bij Alliance. Deze keer liggen we voor de deur, oftewel ankeren op de Commewijne rivier, in plaats van in de kreek. We willen voorkomen nog een keer in de bush te belanden en het ankeren op de rivier bevalt ons erg goed. Na een Hollandse regendag is het de volgende morgen droog en willen we de Plantage Bakkie bezoeken met een uitstapje naar de Warappakreek. Deze kreek is heel smal en loopt in een kilometer of negen naar de zee.Het is er prachtig. Overhangende takken, smalle doorsteekjes en veel bijzondere vogels en planten. Ook moddervisjes die alle kanten opschieten. We genieten met volle teugen, dichter bij de natuur kun je bijna niet zijn. Het is inmiddels bijna laag water en Jaap laveert voorzichtig overal tussendoor. Toch blijven we helaas met de buitenboord motor in een bos takken hangen. Weg is de schroef, verdwenen en de smalle kreek. Een zoektocht levert niets op en dat betekent terug roeien naar de boot.

Verder kunnen we bijna niet van huis zijn en we balen, dit wordt wel een kilometertje of 6 peddelen.Maar het geluk is toch nog een beetje aan onze zijde, we worden achterop gevaren door een Korjaal met daarin Nederlandse toeristen. De Kapitein kijkt eerst een beetje moeilijk bij onze vraag om een sleepje, maar als we in de korjaal komen zitten, mag de dinghy er wel achter hangen. Dus zo gezegd, zo gedaan.

Onderweg pakken we stiekem nog een stukje mee van de verhalen van de gids die ze aan boord hebben en bezoeken we nog de overblijfselen van een suikerrietfabriek. Na een korte wandeling op Bakkie roeien we de laatste drie kilometer naar de boot en maken de boel klaar voor vertrek. Terug naar Domburg, want -zeker na een uur of drie peddelen weten we nu- zonder buitenboordmotor zijn we toch wel onthand. Dus wordt het zoeken van een nieuwe schroef eerste prioriteit en slaan we een bezoek aan Frederiksdorp voor nu over. Wie weet gaat dat nog lukken voordat we vertrekken naar Tobago.