Als we Caleta Brecknock binnenvaren zien we in ons favoriete baaitje een mast. Niet lang daarna worden we opgeroepen door de Zwitserse bemanning. Of we naast hun willen liggen. Ik geef aan dat dat fijn zou zijn, maar de kapitein wil ook nog even een kijkje nemen bij de rotswand aan de andere kant van de baai. We hebben daar al eens eerder gekeken, want afmeren langs een dertig tot veertig meter hoge rotswand is best indrukwekkend. Destijds kozen we voor de baai, maar nu gaan we toch voor de wand. De wind moet vannacht recht van achteren komen, wat het een veilige plek maakt. En daarnaast is het hebben van buren even wennen.

Aanmeren is nog best een ding. In totaal zijn we anderhalf uur bezig om de boot goed langs de rots af te meren. We willen goed liggen met de voorspelde wind, maar ook de fenders moeten voldoende bescherming bieden tegen de toch wat oneffen rots. Het is dus passen en meten. Maar wat er vooral mis gaat is dat ik een achterlijn heb gezet om een super dikke, maar een rotte boomstam. Wanneer we bijna alle lijnen gezet hebben schuiven we ineens naar voren. Ik kijk naar achteren en zie nog net het laatste eindje van de stam het water inglijden. Wat ontzettend dom. Dit had ik zelf ook kunnen bedenken. De achterlijn verdwijnt met de stam het water in. De stam is zo zwaar van het water dat hij gelijk naar de bodem zakt. We zetten snel twee nieuwe achterlijnen om weer terug op de juiste plek te komen. Maar nu hebben we onverwachts ook een anker, in de vorm van een boomstam, op de bodem liggen.

We besluiten de lijn te laten voor wat het is. Morgenochtend gaan we ons er maar eens over buigen hoe we onze lijn kunnen bevrijden van de stam. Wat gelukkig een makkelijkere klus blijkt dan ik van te voren dacht. Doordat we de avond ervoor wel wat spanning op de lijn hadden gezet is de stam keurig over de bodem naar de boot toe gegleden. We halen de lijn, met daaraan de boomstam, op de lier langzaam binnen. De boomstam weet zich perfect vast te leggen in ons open zwemplateau aan de achterzijde van de boot. We zetten een extra lijn aan de stam om de druk van de achterlijn te kunnen halen, waarna we de beide lijnen kunnen verwijderen. De boomstam geniet van zijn vrijheid en zakt onmiddellijk weer de diepte van de baai in. Pff we hebben onze lijn in zijn geheel van de stam af kunnen halen en hebben hem niet hoeven te kappen. Daar zijn we super blij mee, want het is een erg fijne lijn om hier in Patagonië mee te werken.

Nadat de boomstam is verwijderd zetten we zeil naar buiten. Dit is één van de stukken in de trip naar het noorden die je niet binnendoor kunt en we dus een stukje over open zee moet varen. Er zou in de middag nog wel wat wind zijn, maar we kunnen een deel van de tocht nog achter een aantal eilanden langs varen. Iets verder in de baai pikken we de wind en de oceaandeining op. Het is een heerlijk gevoel om weer eens de deining te voelen. Hij tilt ons van achteren op om ons even verder weer te laten zakken. De wind trekt aan tot ongeveer 35 knoop en met een gangetje van zeven tot acht knopen snellen we in de richting van Canal Acwalisnan.

Het was een super goede keuze om toch vandaag te vertrekken en niet te blijven liggen. In Canal Acwalisnan willen we naar Ensenada Elsa. Een favoriete ankerplek van vrienden van ons en dat willen we zelf ook wel eens zien. De baai is ruim, maar goed beschut en met vele dikke en goede bomen om onze lijnen aan vast te knopen. Deze keer geen boomstammen problematiek, maar dolfijnen pret. Vlak voor de baai komen ze en ze volgen ons tot in de baai. Ze blijven zelfs een beetje rondhangen en wanneer ik de lijnen heb gezet zeg ik tegen Jaap dat ik nog even ga kijken. Ik vaar in de dinghy naar de dolfijnen en leg het bootje stil. De dolfijnen zijn nieuwsgierig en komen dichtbij. In een opwelling draai ik het gas open. En wat ik hoop gebeurt. De dolfijnen vinden het prachtig en snellen met me mee. Voor achter en onder me zie ik de dolfijnen door het water schieten. Ondertussen mooie sprongen makend voor de boot. Dit is te gek! Ik voel me net een speels kind en ga er helemaal in op. Ik kan wel eeuwig in de dinghy blijven zitten. Maar realiseer me gelukkig nog net dat dat een beetje asociaal is. Dus gaan ook onze gasten voor een dinghytrip met de dolfijnen. Patagonië blijft me elke keer weer verbazen. Soms denk ik dat het normaal is om hier zo te varen. Maar op dit soort momenten ben ik echt zo onder de indruk en realiseer ik me gelukkig ook dat dit heel bijzonder is.

“Ja daar, een spuitje!” roept Han. Iedereen haast zich naar buiten. Walvissen! Het is te gek en we zien er veel op deze tocht. Soms alleen een spuitje, soms een vin en een rug. Het laatste stuk naar Punta Arenas, Estrecho Magallanes, staat bekent om de hoeveelheid walvissen. We varen met zulk goed weer naar binnen dat het water vlak is en we ver kunnen kijken. We nemen dan ook regelmatig een U-turn of een afwijkende route om de walvissen van dichtbij te kunnen bekijken. Dit is de kers op de taart van deze trip!

We ankeren uiteindelijk in Bahia Baerswill, 50 kilometer voor Punta Arenas. Dit is een veilige ankerplek in een prachtig gebied. Aan de ene kant het drijvende visserdorp in Bahia Mansa en aan de andere kant een blik op Fort Bulness. Als we aan land gaan worden we aangehouden door de parkrangers. Ankeren hier is prima en ze hebben een half uur naar ons gekeken toen we aankwamen, zo vertellen ze ons. We zijn de eerste zeilboot dit seizoen die hier ankert. Maar wandelen naar de weg gaat door archeologisch gebied en dat willen ze liever niet. Of we met de dinghy naar Bahia Mansa willen varen of over het strand daar naartoe willen lopen. Dat is geen probleem natuurlijk. We worden als hun gast uitgenodigd om de dag erna het museum en het fort te komen bekijken. Wat ons een prachtig stukje informatie geeft over de historie en de natuur in die gebied.

En zo is loopt de trip van Han en David alweer op zijn eind. We leveren ze netjes op tijd weer af op het vliegveld en kijken terug op een heel leuke en gezellige tijd. Met extra stuurmannen en een kok in de kombuis die ons elke dag weer voorzag van heerlijke lekkernijen.