Kaapverdische Eilanden

By Minke

4 January 2017

De laatste keer wachtlopen in de nacht voor aankomst is toch wel apart. Je weet dat je er bijna bent en daarmee zijn de zinnen verzet en ben ik in ieder geval gelijk uit het ritme. In de vroege ochtend van 13 december schrik ik dan ook wakker in de kuip. Het is al licht en dat was het zeker niet toen ik even indutte. Ik sta vlug op en speur de omgeving af. Geen andere objecten op zee, maar wel Land in zicht! We varen inmiddels zo’n 10 mijl voor het eiland Santo Antão, dat grauw en hoog voor ons opdoemt. De Kaapverdische eilanden zijn in zicht. Rond de middag komen we aan in Mindelo op het eiland Sao Vicente. We zoeken een plekje in de baai en laten het anker vallen. Morgen komen mijn ouders aan, we zijn dus mooi op tijd.

We blijven ongeveer een dag of vijf op Sao Vicente. Mindelo is een stad met veel muziek en levendigheid en dat is goed toeven. We slenteren over de groente en fruitmarkt, zitten regelmatig lekker op een terrasje en genieten van het lokale leven in de stad. In deze dagen verkennen we ook het eiland en wachten we gespannen op de komst van de Oosterschelde. Op deze Nederlandse charterboot werkt een vriend van Jaap en naast Jan is ook Siebe aan boort. En na vier maanden is het een super leuk vooruitzicht hun te zien!

Samen met Siebe en mijn ouders gaan we met de ferry naar het naar het eiland Santo Antão en maken een prachtige wandeling van Cova naar Paúl. En al lopen we in de regen en de wind, het is er prachtig. Cova is een grote krater en langs de bodem van de krater loop je naar de kraterrand. Door het slechte weer kunnen we helaas niet veel zien van de kraterrand, maar eenmaal over de rand dalen we over een heel oud wandelpad door de vallei af richting Paúl. Het is een erg vruchtbare vallei waar bonen, bananen, koffie, papaja’s, suikerriet en andere exotische vruchten groeien. Her en der staat er een klein huisje. De bewoners zijn slim met het gebruik van water, want je ziet overal irrigatiesystemen die het water langs alle akkers leiden.

Het is een heel pittige wandeling, maar zo mooi dat we de pijntjes en het zweet snel vergeten zijn. Jaap en Siebe lopen helemaal naar Paúl, maar wij nemen een dorp eerder een Aluguer. Dit is een soort deeltaxi die je voor een klein bedragje brengt waar je wezen moet. Soms zijn het taxibusjes, maar in dit geval is het een open terreinwagen met achterin twee houten bankjes. Het is een prachtige rit dat laatste stukje naar beneden.

19 december laten we Mindelo achter ons. De vuurdoop voor mijn ouders in het zeezeilen en dat hebben ze geweten. Hoog aan de wind varen en met 35 knoop wind vinden wij al niet leuk, maar als dit je kennismaking is met het zeilen op de Atlantische Oceaan is het wel even schrikken. En daar waar wij het idee hadden dat het weer beter zou worden nadat we het windversnellingsgebied, tussen de eilanden, uit zouden zijn, bleek dit helaas niet het geval. Dus een pittige dag op een hele schuin liggende boot die af en toe door de golven alle kanten op wordt gezet en veel water in de kuip. Maar ze hebben zich kranig gehouden. Wat veel goed maakt is dat Jaap onderweg een Yellowfin Tuna vangt. Dus na aankomst worden we getrakteerd op alle soorten bereiding van verse tonijn, van Sushimi tot aan gegrilde en gestoofde tonijn en alles wat daar tussenin zit. Verser als dit kun je het niet krijgen en Jaap zijn blije gezicht voor de geest halend toen hij de vis boven haalde, maakt dat dit een heerlijk maal is.

We moeten wel even bijkomen van dit zeiltochtje en aangezien de wind ook de dagen erna zeer stevig is (30+ knopen op de ankerplaats) blijven we ongeveer een week op Sao Nicolao. En dat is geen verkeerde keuze. Het is een prachtig eiland, waar het toerisme nog minimaal en vooral kleinschalig is. Tarrafal is een echt vissersdorp en er heerst een heel andere sfeer dan in Mindelo. Dit is echt het dorpsleven, terwijl Mindelo toch meer het leven in de grote stad is. De kaapverden zijn hele vriendelijke mensen en ook zeer behulpzaam. We voelen ons hier dan ook heel erg thuis.

Het eiland verkennen we per Aluguer en te voet. We maken prachtige wandelingen door het Monto Gordo Natural Park. Maar vooral de tip van Hennie Kusters, een Nederlandse zeiler die na aankomst op dit eiland heeft besloten dat hij hier oud wil worden, om vanaf de noordkust vanaf Ribiera da Pata door de vallei omhoog te wandelen naar uiteindelijk het bezoekerscentrum van het National Park is meer dan de moeite waard. Ook dit blijkt een pittige wandeling met meer dan 1000 hoogtemeters, maar het is zo mooi! De dorpjes in deze vallei leven nog zoals ze altijd hebben geleefd. Ze hebben pas sinds een jaar of drie elektriciteit, iets wat wij westerlingen, met al onze mobiele telefoons en Ipads, ons toch bijna niet meer voor kunnen stellen. Ik vind het prachtig. Elke keer als je achterom kijkt zie je de vallei achter je dieper worden en kun je af en toe een glimp van de oceaan opvangen. Al wandelend worden we niet alleen gepasseerd door bepakte ezels, maar komen ook vrouwen met gasflessen en bossen hout op hun hoofd voorbij gelopen. Alles wat ze in huis nodig hebben wordt via dit voetpad vervoerd. Met een auto of brommer is dit gebied niet te bereiken.

Nadat het weer wat rustiger is geworden en wij veel van het eiland hebben gezien besluiten we niet verder te varen richting Sal en Boa Vista. Dit zijn niet alleen de meer toeristische eilanden van deze eilandengroep, maar we hebben ook begrepen dat de swell op de ankerplaats niet altijd even fijn is. En omdat we uiteindelijk weer terug moeten naar Sao Vicente besluiten we naar het tussenliggende en onbewoonde eiland Santa Luzia te zeilen. Het is een prachtige zeiltocht, waar mijn ouders deze keer gelukkig ook van kunnen genieten. In de baai bij Santa Luzia liggen ongeveer 6 à 7 zeilbootjes voor anker en verder alleen het eiland. Door het vele Saharazand wat op dit moment rond waait is het in de nacht ook nog echt pikdonder. Geen sterren, geen maan, alleen het geluid van de brekende golven in de verte. Heerlijk rustgevend.

Wij varen de volgende dag met de dinghy naar het eiland en gaan op verkenning uit. Het is een echt woestijneiland, waar een aantal vissers wat schamele houten hutjes hebben neergezet om te kunnen overnachten als ze hier aan het vissen zijn. Verder bestaat het eiland uit veel zand, rotsen en wat lage begroeiing, als gras en andere lage planten. Wij wandelen naar de noordkant van het eiland en wat we daar aantreffen is eigenlijk niet te beschrijven. Het hele strand ligt vol aangespoelde spullen. Een echte plek om te jutten. Hout, plastic, vissersnetten, kratten, vele boeitjes. Alles wat maar overboord kan gaan, bewust of onbewust, ligt hier. Als dit een beeld moet geven van hoe de plastic-soup er verder in de oceaan uit moet zien, wordt ik daar niet blij van. Met verbazing lopen we er dan ook rond en nemen uiteindelijk een klein boeitje mee dat we als ankerboei kunnen gebruiken. Opruimen is geen optie, er ligt gewoon te veel.

Voor het eiland ligt een rots waar je volgens ons goed kan snorkelen. Dus de volgende dag hijsen Jaap en ik ons in onze wetsuits en leggen we de dinghy voor anker bij de rots. Flippers aan, bril op en speer gun en camera bij de hand. We zijn er klaar voor! Door de stroming om de rots kan je heel goed ronddrijven terwijl je om je heen kijkt. Dit is toch heel wat anders dan het snorkelen in een zwembad, zoals ik dat als kind op zwemles hebt geleerd. Geen zwembadtegeltjes, maar veel vissen, aangroei van schelpen op de rotsen en her en der een zeester. Een mooi snorkelplekje.

We worden deze dag ook nog geconfronteerd met hoe donker het kan zijn. Zo rond een uur of drie beginnen we aan een wandeling rond een berg op de noordwestpunt van het eiland. De route is niet zo heel lang hebben we gezien, maar toch lukt het ons niet om voor het donker weer terug te zijn bij de dinghy. We hebben ons enigszins vergist in de structuur van dit deel van het eiland. We lopen over veel lossen stenen en zo ongeveer om de honderd meter komen we een droge rivierbedding tegen waar we een weg doorheen moeten vinden. Al met al kost dat zo veel tijd dat we het laatste stuk van de wandeling volledig in het donker lopen. En donker is het. Je hoort het water, maar je ziet het niet en zelfs op het witte zandstrand kun je bijna niks onderscheiden. Dit maakt dat je af en toe iemand hoort foeteren als er weer een steen geraakt is, maar verder gaat het wonderbaarlijk goed.

Bij de dinghy aangekomen geeft Jaap een uitleg over het varen in het donker, over hoe we zo snel mogelijk wegkomen bij het strand en wat te doen mocht je toch overboord gaan. En ondanks de brekers ging het super! Ik vind het knap, maar Jaap hoort aan het geluid van de golven wat het juiste moment is om met de dinghy in het water te gaan. Ik hoor geen verschil tussen de golven en snap daar dan ook niets van. Opdracht uitvoeren en vertrouwen hebben is dan ook het enige wat mogelijk is. Mijn ouders konden de hoogte van de boot in het donker iets minder goed inschatten en lagen na een reuzesprong midden in de dinghy, wat zeer hilarisch was. Maar al snel zijn we buiten de brekende golven, kan de buitenboordmotor rustig worden gestart en varen we weer naar ons bootje.

Het lijkt ons leuk om te kijken hoe de Kaapverdianen oud en nieuw vieren en op oudejaarsdag varen we de laatste 20 mijl terug naar Mindelo. Het weer is rustig en dat maakt dat het wederom een prachtige zeildag is. De watermaker zorgt ervoor dat de watertanks nog even goed afgetopt worden voor een dag of 10 Mindelo en we merken ook dat de zandstorm steeds minder wordt. Het zicht wordt langzaamaan steeds beter. Oudjaarsavond gaan we eerst uiteten en vervolgens lopen we een beetje zoekend door de stad om te kijken waar het gezellig is. Er is niet zo heel veel gaande, behalve een podium wat we hebben gezien in de hoofdstraat. We vragen ons een beetje af of oud en nieuw hier misschien meer een familie aangelegenheid is. Maar niets is minder waar. Zo rond kwart voor twaalf stroomt de kade vol en staan er in mijn beleving zo’n 20.000 man te wachten op wat komen gaat. En wat komt is een prachtige vuurwerkshow om middernacht, aangemoedigd door alle oh’s en ah’s uit het publiek. En daarna is het party on. De Kaapverdianen vieren gewoon twee dagen feest op straat. Er wordt geswingd en op straat kun je eten en drinken kopen. Alle festiviteiten zijn buiten en de muziek gaat tot een uur of acht in de morgen door en de volgende avond begint het weer opnieuw. Wij hebben het na één dag voor gezien gehouden, dat hielden we gewoon niet vol….

Inmiddels zitten mijn ouders weer in het vliegtuig naar het koude Nederland en zijn wij begonnen met de voorbereidingen voor onze nieuwe crew. Wassen, poetsen, maar ook weer even bijkomen en wennen om het weer met zijn tweetjes aan boord te zijn. Vanavond gaan we weer lekker voor anker in de baai.

0 Comments

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *