Vijf dagen liggen we in ons schuilhaventje, Caleta Suarez, te wachten op goede wind. De eerste dagen alleen. Maar als we ’s avonds lekker op de bank een filmpje liggen te kijken zien we opeens een fel spotlicht door de patrijspoorten naar binnen schijnen. We schrikken ervan en hadden er eigenlijk al niet meer op gerekend, buren. Een Chileense visser wil graag langszij komen. “Er komt morgen veel wind buiten, zeker 40 knoop” vertelt de kapitein van de Santa Barbara II ons. Ze gaan vissen op Bacalao (Kabeljauw) op 51 graden zuid. Jaap mag een blik in het ruim werpen. Groenten en fruit voor een lange periode en in het ijs voor de vis ligt nu voornamelijk vlees voor de Kapitein en zijn bemanning. Het zijn vriendelijke mannen en het is jammer dat ons Spaans niet goed genoeg is voor een gezellig praatje.
Niet veel later komt er nog een tweede boot schuilen voor het weer. Twee dagen liggen we er met ons drietjes. Op het werkbootje is het rustig, maar op de vissersboot wordt hard gewerkt. Onder een regenzeiltje zijn vijf mannen de hele dag bezig om alle vislijnen te prepareren. Aan lange lijnen worden vele korte lijntjes met daaraan haakjes geknoopt. Waar dan weer een klein visje aan geprikt wordt. Alles in voorbereiding op de Kabeljauw.
Vrijdagmiddag vertrekken ze weer en blijven we alleen achter. Die nacht is er, voor ons, nog te harde wind voorspeld. Maar zaterdagmorgen vertrekken wij ook voor de oversteek van Golfo de Penas. 100 Mijlen buitengaats.
Om nog zoveel mogelijk profijt te hebben van de noorderwind vertrekken we rond een uur of zeven. Het is nog donker en het regent. Dat maakt de motivatie niet echt optimaal. Maar het is niet anders. Rond de middag zal de wind gaan draaien en gaat het vanuit het zuiden waaien. Vanaf dan wordt het tegen de wind in kruizen. Maar de wind is ons gunstig gezind en tot voorbij Faro Rapper (de vuurtoren) hebben we een lekker windje in de rug.
We melden ons bij de vuurtoren en zoals gewoonlijk willen ze van alles van ons weten. Onze ETA (estimated time of arrival) in Puerto Natales en vooral onze ETA bij Faro San Pedro, de vuurtoren aan de andere kant van de plas. Het volgende controlepunt vertellen ze er netjes bij. We worden goed in de gaten gehouden. Misschien maar goed ook, want het is een Golf ‘not to be underestimated’, Golfo de Penas. Dit komt voornamelijk omdat de diepte van enkele duizenden meters in korte tijd naar een paar honderd meter oploopt. De golven, die al vanaf Nieuw Zeeland redelijk vrij spel hebben, worden daardoor omhoog gestuwd. Wat zorgt voor een vervelende golfslag, vaak in combinatie met een kust aan lage wal. Met veel wind daardoor geen pretje.
De wind doet redelijk wat er voorspeld is en we hebben eigenlijk een prachtige zeiltocht naar de andere kant. Geen super harde wind, maximaal 30 knopen uit het zuid, zuid-oosten. Maar geen hele rare zee, een heldere nacht en veel sterren. Eigenlijk alle eigenschappen die hier horen bij zuiderwind. Je kunt het vergelijken met een oosterwind in een Nederlandse winter. Koud, guur, maar rustig en helder weer. Jaap waarschuwt me niet te veel in de kou buiten te zitten. Maar het is of zeeziek, of in de kou zitten. Dus zit ik buiten, gehuld in vier lagen op de benen en vijf lagen onder mijn zeiljas. Nou ja, vijf lagen onder Jaap zijn super dikke drijfjas. Dus echt héél koud heb ik het niet.
Het uitzicht is bij tijd en wijle echt formidabel. Richting het vasteland kijken we uit op de gletsjer San Rafael. Alleen maar grillige en besneeuwde bergen, weerkaatsend in de zon. En de zonsopkomst is er één uit het boekje. Een donkerblauwe lucht, met daaronder zwarte bergen gehuld in een oranje gloed. Dit is één van de dingen die een nacht doorvaren zo bijzonder maakt. Het alleen zijn op je bootje, de wereld om je heen observerend.
Doordat we tegen de wind in varen, en we dus moeten kruizen, doen we er wel lang over. Niet eerder als rond het middaguur roepen we de vuurtoren van San Pedro op. “Buenas Dias! Buenas Dias!” klinkt het door de marifoon. Ze zijn aller vriendelijkst, maar hebben ons waarschijnlijk ook al de hele ochtend kunnen volgen. Langzaam hun richting op komend. We besluiten achter Isla San Pedro langs te varen. Dit scheelt veel mijlen tegenstrooms varen en we kunnen daar goed ankeren. Een ankerplek verderop in de kanalen zit er niet meer in. Het is al te laat in de middag. ‘De Rus’ doet haar werk voortreffelijk, waardoor we makkelijk tussen alle ondieptes en eilandjes door kunnen varen.
We varen helemaal naar achteren in Bahai Costa waar we met het laatste daglicht het anker laten vallen. We zijn er! De passage van Golfo de Penas is een feit en we hebben in totaal ongeveer 140 mijl gevaren. We zijn in een nieuw deel van Patagonië. Hier komen straks de gletsjers en het ijs. Maar eerst nog even nagenieten en bijkomen van deze oversteek.