Al mijlen stuur ik erop af wanneer Jaap zegt: “Nog twaalf en een halve mijl, dan zijn we Paso del Mar overgestoken en komen we bij de waterval in de buurt.” Die waterval moet enorm zijn, denk ik, want met nog een dikke 22 kilometer te varen kunnen we hem nu al goed zien. En onze ankerplaats voor vanavond? Die ligt in de baai waar deze waterval in uitkomt. Door vrienden aangegeven als de ankerplaats die we niet over mogen slaan. We ankeren met onze neus naar de waterval en trekken onszelf dicht onder de kant met lijnen. Hier liggen we goed en hebben we een heel bijzonder uitzicht.
Om ons heen hoge, stijle rotsen. Lager groeien wat bomen. Maar alleen op plekken waar de wind er geen vat op heeft. In dat geval willen bomen er nauwelijks groeien of zijn ze bijna helemaal kaal. De waterval is zeker honderd meter hoog en komt met veel lawaai naar beneden gedenderd. Ik vraag me wel eens af of we dat geluid gaan missen als we Patagonië ooit weer gaan verlaten. Het eeuwige geluid van stromend water, wat je bijna in elke ankerbaai hoort.
We blijven een dag liggen en daar worden we voor beloond. Het is een echte regendag en die ene waterval worden er twee, en drie en vier…. Overal waar we om ons heen kijken ontstaan nieuwe watervallen. Ik zie er zeker 10 die er gisteren niet waren. Dit is moeder natuur en vooral erg bijzonder. We kijken onze ogen uit, zoals de omgeving in zo’n korte tijd veranderd.
En dat terwijl ik de dag ervoor nog aan Jaap vroeg: “Wanneer zullen we klaar zijn met Chili?” Patagonië wat eigenlijk zo bijzonder is, maar wij soms al zo gewoon vinden? Hoe verwend ben je dan trouwens, dat je je dat afvraagt. Eigenlijk is het om je te schamen. Maar met een grauwe grijze dag hebben we dat gevoel soms wel even. Als je niets anders om je heen ziet dat grijs water, grijze luchten en grijze bergen. Maar op dagen dat de zon zich laat zien zijn we de koning te rijk en genieten we met volle teugen. Patagonië heeft vele kanten.
Vanaf deze ankerplaats varen we verder Estrecho de Magallanes in. De doorgang van Argentinië naar Chili. De doorgang die Vuurland van het vasteland scheidt en waar je niet Kaap Hoorn hoeft te ronden om van de Atlantische Oceaan naar de Pacific te gaan. Hier hebben veel ontdekkingsreizigers rondgedwaald en het werd vroeger een stuk drukker bevaren dan tegenwoordig. Toch komen we af en toe weer een zeeschip tegen.
Het eerste deel, Paso del Mar, staat in open verbinding met de Pacific Ocean. Vanaf daar vaar je weer verder naar binnen het kanalenstelsel in. Wij zijn op weg naar Caletta Playa Prada, de ankerplaats die in onze guide beschreven staat als ‘one of those “historical” coves where all mariners who sailed these waters anchored.’ Als je niet oppast gaan je gedachten met je op de loop. Hoeveel bekende en onbekende ontdekkingsreizigers en zeilende vrachtschepen hebben hier voor ons gelegen? Als we het boek mogen geloven veel. Als ik heel eerlijk ben kan ik me dat niet eens goed voorstellen, de rijkheid van varende historie in dit gebied. Wij gaan voor anker in de kleine baai ernaast, Playa Prada Chica. De baai waar grote zeilschepen niet naar binnen kunnen, maar die door de vissers veel gebruikt wordt en waar meer beschutting is voor de wind en williwaws (windvlagen/valwinden).
Want wind is er voorspeld. Buiten op zee zien we in de weersverwachting 50 knopen voorbij komen en waar wij liggen zal het de komende dagen dertig tot veertig knopen waaien met windvlagen tot 60 knopen per uur. In deze omgeving kijken we vooral naar deze windvlagen, want dat is de wind die er meestal werkelijk is. En waar je in ieder geval op voorbereidt wil zijn.
Deze weersvoorspelling hebben we nog niet eerder gehad. Dus snoeren we ons goed in. In eerste instantie liggen we aan zes lijnen en het anker. Maar als we de dag erna voor een wandeling naar de kant gaan knopen we toch nog maar een extra lijntje vast. Liever te veel dan te weinig. En als je ’s nachts er niet uit hoeft om extra lijnen uit te leggen, of andere manoeuvres te moeten uitvoeren, is het altijd fijn. Dat is in ieder geval onze gedachte.
Een paar dagen op deze ankerplek, wachten tot deze depressie is overgetrokken en we weer een stukje verder kunnen varen. De wind trekt af en toe al aardig aan, maar komt gelukkig ook goed van achteren. Dus tot nu toe liggen we redelijk rustig. Het is een mooie omgeving om te wandelen en we knuddelen daarnaast ook lekker op de boot. Ik ben bezig met mijn mutsenproject en Jaap doet kleine klusjes. Zo maakt hij bijvoorbeeld de verlichting in de kombuis en bestudeert hij uitgebreid de route naar Puerto Williams.
Jaap heeft ook onze miskoop van Tortel in de vriezer gevonden. Het paardenvlees. Tja en dus staat er nu een stoofpot op het vuur met paardenvlees. Jaap heeft er zin in, maar ik zie er nog een beetje tegenop om dat te gaan eten. En kan mezelf nog steeds wel voor het hoofd slaan dat we niet beter hebben opgelet bij welke slager we naar binnen liepen. Weggooien is alleen zo tegen onze principes, dat we het gaan proberen. En ik weet zeker dat Jaap heerlijk gaat smullen en ik ga in ieder geval proeven…