We besluiten vroeg te vertrekken vanuit Calete Mejillones. We zijn wel klaar met de harde wind in het Beagle kanaal en ik voel toch wel een beetje een druk om mijn moeder en oom de mooie plekjes te laten zien die verderop liggen. In de morgen is de wind over het algemeen een stuk rustiger, waarna deze zich in de loop van de ochtend weer opbouwd. 06.00 Uur is daarom het plan, maar dat halen we niet helemaal. We zijn niet alleen iets later opgestaan dan het plan was, maar ook de computer heeft zo zijn kuren. Als we om zeven uur naar buiten varen staat er al een stevige bries. We moeten een mijl of vijf over het kanaal en dan kunnen we bij Navarino achter de eilandjes kruipen. Wat een verschil en wat heerlijk. Natuurlijk waait het hier ook hard, maar het feit dat er geen golven zijn maakt het bijna relaxed.
Zo relaxed dat wanneer we Canal Murray oversteken en het water door Canal Beagle zien stuiven besluiten nog een keer achterlangs te duiken en daar een ankerbaai te zoeken. En als we achter ons kijken zien we eindelijk Ushuaia liggen. Het heeft een paar dagen geduurd, maar we zijn Ushuaia gepasseerd. Eindelijk!
Aan de controlepost in Naverino hebben we doorgegeven dat we naar Caleta Ferrari zullen gaan, maar die plannen hebben we al aangepast als we Hippo’s Camp op de radio horen. Carole en Dominique geven aan dat ze halverwege de oversteek van het Beagle Kanaal zijn en op ons wachten in Caleta Ferrari. Ze hebben rond de 25 knopen wind op het kanaal. Wat nu… 25 knopen is prima, maar onze zeilhoek is anders als die van hen. Toch besluiten we te gaan. Hoog aan de wind kruizen we aan de zuidkant van het kanaal omhoog. Ons geduld om lang genoeg te wachten op de juiste hoogte wordt getard. Geduld, geduld, geduld. En dan besluiten we dat het moet kunnen. We duiken nog één keer ver de baai in om nog zo veel mogelijk hoogte te maken en steken dan met een goed gereefd tuig naar de overkant. De 25 knoop hebben we nooit gezien, maar het blijkt uiteindelijk ook met dertig plus knopen een prachtige zeildag. De boot loopt goed door de golven en we steken in één keer Bahia Yendegaia in. Daar draait de wind en varen we met een recordsnelheid van een dikke zes knopen en halve wind door de baai. Het water is inmiddels ijsblauw, zonder golfslag en het zonnetje schijnt. Wat een goede keus was dit. Het is echt werken en geconcentreerd zeilen, maar wel in een zonnetje en met het vooruitzicht om met onze Franse vrienden te gaan vissen.
Als we aankomen en de boot ligt achter haar anker gaan we snel naar de kant. Caleta Ferrari is een oude en nu leegstaande Estancia. Je kunt er prachtig wandelen. We wandelen naar een klein bevermeer, waar we kunnen vissen. Dominique is de gelukkige en vangt een regenboogforel. Die avond hebben we als voorgerecht viskoekjes van verse vis. De wandeling is prachtig langs watertjes en over oude bruggen, waar je over de dikke onderstaanders naar de overkant schuivelt. Uitgestrekte vlaktes van wetlands, met daarop wilde paarden die ons indringers niet zo heel leuk vinden. Een hengst komt briesent en op hoge poten op ons af. Maar kiest er uiteindelijk toch voor om te met zijn kudde te verkassen naar een ander plekje. Uiteindelijk hebben we drie uur gewandeld als we weer bij de Estancia zijn. Carole heeft ons verteld over de overwoekerde moestuin en is benieuwd of wij nog andere gewassen herkennen dan haar. Dus nemen we een kijkje. In de tuin staat rabarber en bieslook welke klaar zijn voor de oogst. We nemen voor beide boten voldoende mee. De Frambozen en bessenstruiken hebben nog even tijd nodig. Hier gaan we in januari zeker naar terug voor het plukken van Calefatte, frambozen en bessen. De komende tijd mag ik potjes sparen voor de jam die we daarvan kunnen maken.
Terug op de boot eten we met elkaar nog een hapje en wordt het weer bestudeerd. De conclusie: “volgens het weerbericht zal dit één van de weinige dagen zijn waarop we richting de gletsjers kunnen gaan.” We moeten nog een stuk van 20 mijl overbruggen, zonder ankerplaatsen om daar te komen. Nadeel van dit weerbericht… we moeten vroeg op. Dus gaan Carole en Dominique rond middernacht terug naar hun eigen boot en kunnen we nog net een paar uurtjes slapen. Om vijf uur gaat de wekker en om kwart over vijf vertrekken beiden boten naar buiten. Beiden met een andere bestemming en beiden benieuwd of het buiten echt zo kalm is of dat we rechtsomkeerd zullen moeten maken.